Toekomstdroom (uit de nabije toekomst)
In de stad (smart city?) woon ik samen in een studiootje met iemand die niet veel uit het leven haalt en zijn inkomen verdient met gamen. Want blijkbaar als je gamed, kun je daar credits mee verdienen die je gehalveerd kunt laten uitbetalen in echt geld. Hierdoor hebben mensen geen noodzaak meer om te gaan werken of zelfs maar hun kamer te verlaten.
Ikzelf daarentegen studeer en als ik die dag naar buiten ga om naar mijn school toe te gaan, is het zoals altijd superdruk in de stad. Ik moet me een weg banen door heel veel mensen heen om bij het openbaar vervoer te komen. Als ik daar eenmaal ben, moet ik heel veel roltrappen nemen voor ik uiteindelijk bij de allerlaatste, zeer lange roltrap uitkom die me omlaag brengt naar de metrohal.
Halverwege deze lange roltrap zie ik ineens beneden op de kelderverdieping meerdere mensen in witte hazmat pakken langs rennen. De schrik slaat me om het hart, want dit is een bekend fenomeen in de stad. Het houdt in dat een zeer grote groep mensen in hazmat suits een drukbezochte plek in de stad onverwachts bestormt, waarbij mensen in een hoek gedreven worden en er grootschalig gecheckt wordt of iedereen wel geïnjecteerd is. Ben je dit niet, dan word je tijdens zo’n actie onder dwang alsnog geïnjecteerd.
Terwijl ik die roltrap afga, zie ik paniek ontstaan in de massa. Want ondanks dat ze willen dat iedereen geprikt is, is er toch een heel groot deel van de mensen nog helemaal niet geprikt. Ik voel de neiging om over de rand van mijn roltrap te klimmen naar de roltrap die terug omhoog gaat en ik zie dit sommige mensen ook doen. Maar het is bijna onmogelijk, en het valt meteen zo erg op dat je er erna uitgepikt wordt.
Daarom blijf ik noodgedwongen op de roltrap staan die me steeds dichter naar die hazmat suits brengt. Ik probeer heel rustig te blijven.
Als ik daar eenmaal ben, is het nog zo druk in de hal dat ik door heel rustig te blijven niet opval. Het lukt me om naar een andere roltrap de lopen die terug omhoog gaat, al bevindt die zich eigenlijk in een verkeerde hoek van de zaal. Deze roltrap blijkt uit te komen in een soort eettentje waar geen andere uitgang blijkt te zijn dan dezelfde roltrap waar ik mee gekomen was en die dus weer terug naar de hal leidt.
Ik besluit maar even in dat cafeetje te blijven, niet wetend wat te doen. Ik merk dat de plek propvol zit met mensen die exact hetzelfde idee hadden, namelijk om weg te glippen. Dus ik neem daar plaats – ik kan niet anders dan wachten – en ik zeg tegen het stel naast me (want ik voel dat zij ook niet geprikt zijn) iets van: “Ik vermoord nog eerder iemand dan dat ik me laat prikken.”
En ik meen het. De mensen naast me beamen dat, zij staan er ook zo in. Maar toch worden we in dat cafeetje langzaamaan, twee voor twee, eruit gepikt om mee te lopen met die hazmat mensen, zodat we gecontroleerd kunnen worden.
Terwijl ik daar nog zit, wordt zelfs het stel naast me al meegenomen, dat gewillig meeloopt. Ik voel de paniek omhoog komen en ik zet me schrap om me met hand en tand te verdedigen.
Mijn vader zit nu ook naast me – hij ziet er wat verloren en ontredderd uit – als ik ineens vanuit het niets een heel luide stem hoor. Het is mijn eigen stem, uit een soort intercom, al ben ik de enige die deze stem kan horen. Ik besef meteen: dit is de stem van mijn toekomstige “ik”.
De toekomstige Donna spreekt mij in die ruimte toe vanuit een later tijdstip dat ik rustig moet blijven en dat ik voor mijn vader moet zorgen. Dat Henk pas weer terug is, dat hij heel erg in de war is en dat hij gerustgesteld moet worden. Dat hij mijn steun nodig heeft. Dus dat ik niet moet focussen op paniek, maar er voor mijn vader moet zijn.
Als de stem weer weg is, denk ik: het komt goed. Want als ik mezelf heb gehoord, dan heb ik het dus overleefd, dan gaat het (in de toekomst) nog goed met mij. En als dit het advies is, dan kan het niet anders dan dat het op de een of andere manier toch goed komt. Dus ik pak mijn vaders hand, troost hem en vertel hem dat het goed komt.
Als we samen worden meegenomen, blijf ik heel rustig. Met speciale apparatuur willen ze in mijn mond kijken, want zo kunnen ze zien of ik al geïnjecteerd ben. Maar omdat we dit niet zijn, wil ik eigenlijk niet eens dat ze in mijn mond kijken.
Als een tweede persoon de injectienaald al paraat heeft, geef ik op het juiste moment iets van een stomp, waardoor die injectienaald in hun eigen keel terecht komt en ga ik heel snel met mijn vader weg om te verdwijnen in de massa.
Door de consternatie die we hebben veroorzaakt, komen we er op de een of andere manier mee weg om weg te glippen. We mogen echter niet rennen, want zodra we dat gaan doen in die volle hal valt het natuurlijk op dat wij niet geprikt zijn en weg proberen te komen.
Daarom probeer ik in alle rust zo snel mogelijk met mijn vader naar buiten te komen. Wonder boven wonder lukt het ons, al kan ik het niet laten om onderweg één keer een hazmat vrouw die aan het prikken is iets toe te fluisteren. Iets als: “Je bent verkeerd bezig.” Ik kon het niet weerstaan.
Eenmaal buiten staat vlak voor ons huis (mijn vaders appartement) waar we naartoe terug wilden een meute waar we ons ongezien bij aansluiten. Deze meute wordt toegesproken door een soort van burgemeester (een vrouw) of iemand uit de politiek die heel trots en zelfvoldaan verkondigt dat het weer een heel succesvolle actie was in het metrostation en dat er nu weer een heleboel extra mensen geïnjecteerd zijn.
Hier voel ik mij natuurlijk heel verdrietig over, terwijl ik daar in stilte in die meute meeluister. Tegelijkertijd voel ik echter dat in die meute ook nog heel veel mensen niet geprikt zijn. Er is dus nog hoop.
Op een gegeven moment vraagt een vrouw naast de burgemeester aan het publiek: “Wie is Donna?”
Ik blijf stil, want ik voel dat dit niet het juiste podium is om mezelf kenbaar te maken. De vrouw naast mij heeft echter niets door en die roept jolig: “Ja, ik ben Donna!” want zij voelt geen gevaar.
Vervolgens krijgt deze vrouw van een grote afstand heel doelgericht een vieze fluim in het gezicht. De vrouw naast me in helemaal verbolgen en verbaasd, al valt de sanctie mij nog mee. Want ik zie nu dat de dader van de fluim (de vrouw naast de burgemeester) dezelfde vrouw is als die ik in de metrohal had toegefluisterd dat ze verkeerd bezig was.
Maar terwijl ik daar in stilte sta en weet dat ik hierna meteen naar huis door kan, weet ik dat de strijd nog niet is verloren. Dat mijn vader en ik samen met nog heel veel andere mensen op de achtergrond voor vrijheid blijven strijden…
Reactie op de lange droom door Bettie
Wanneer ik het samenvat kom ik uit op het volgende, het gaat over de hele geschiedenis achter corona wat zich grotendeels onzichtbaar en ondergronds (metro)
afspeelt .Ik denk doordat jij ooit met het donker verbonden was en er veel van weet, je precies weet hoe alles in zijn werk gaat en het nu voor de goede kant kan gebruiken en er daardoor zo’n dappere rol in kan spelen Elke verslaving staat onder invloed van een donkere kracht en hoewel ik een tijdje geleden droomde dat je vader me vertelde dat hij niet meer rookte en dronk waardoor hij los is van het donker, zich nog wel aan het herstellen is van de schadelijke gevolgen die dit veroorzaakt heeft en prachtig toch dat jij hem hiermee kunt helpen,en zo samen voor vrijheid kunnen strijden
Die stomp die je uitdeelde omdat ze wilde prikken kan symbolisch staan voor de wet van oorzaak en gevolg .
Bedankt voor je reactie Bettie, en sorry dat ik zo laat reageer.
Ik denk dat je gelijk hebt dat ik verbonden ben geweest met het donker en daardoor nog een “lijntje” heb lopen waaruit ik informatie kan halen. Ik voel me daardoor ook niet snel bang, omdat ik op een dieper level weet dat ze me niets zullen (of kunnen) doen.
Mooi dat je over mijn vader hebt gedroomd dat hij de verslavingen achter zich heeft kunnen laten. In de droom voelde ik me zijn beschermer, alsof de rollen even omgedraaid waren. Misschien dat hij ooit nog in mijn buurt incarneert en ik hem kan begeleiden zoals hij vroeger bij mij heeft gedaan.